Geschiedenis

Toen John Pattipeilohy in 1997 besloot uitvoering te geven aan zijn belofte die hij in 1995 had gedaan aan zijn vader, t.w de Rumah Tua ( het ouderlijke huis) van zijn grootvader in het dorp Ullath op het eiland Saparua te gaan herbouwen, vroeg hij 3 maanden vakantie aan bij zijn werkgever en vertrok begin november naar de Molukken.

December 1997 vlak voor de kerstdagen kwam zijn echtgenote Angèle van Dorst voor een bezoek van 10 dagen vanuit Nederland aan, zag wat er was bereikt en hoorde dat er ook al een gedenksteen was besteld met de datum van 10 januari 1998 en wist gelijk dat dit een vervolg moest krijgen. Op 10 januari 1998 was het huis klaar, er volgde een traditionele inwijding volgens adat gebruiken en werd het huis namens de familie ter beschikking gesteld van de kerk en school in het dorp om daar hun gasten onder te brengen.

In 1998 besloot  John Pattipeilohy zich intensief bezig te gaan houden met zijn grote wens, welzijn projecten opzetten in Indonesië, kleinschalig en overzichtelijk.

Na ontslag te hebben genomen bij zijn werkgever vertrok hij in januari 1999 voor 6 maanden naar Indonesië en in het bijzonder naar de Molukken, via Ambon, naar Ceram en Saparua de eilanden van herkomst van zijn beide ouders voor een inventariserende periode.
Ecologisch toerisme zou de basis worden om geld te genereren, om onderwijs en gezondheidszorg op een hoger peil te brengen, echter hij kwam niet verder dan Jakarta ivm de onlusten die waren uitgebroken op de Molukken.
Na 3 weken was hij weer terug in Nederland, geen baan meer, veel ideeën en nog steeds de wil om in Indonesië iets te gaan doen.

April 1999 deed zich de kans voor om in Nederland weer te gaan werken, als interim directeur in de Maatschappelijke Opvang voor 5 maanden en na deze periode vertrok hij weer naar Indonesië nu voor 3 maanden, met als uitgangspunt ‘als het dan niet op de Molukken kan dan maar op andere eilanden iets opzetten’.
Veel contacten waren inmiddels gelegd in Indonesië en een netwerk werd opgebouwd, het permanent vestigen in Indonesië is nooit een optie geweest ook omdat hij ontdekte dat kleinschalige en overzichtelijke projecten ook met betrouwbare partners kan worden gedaan.

Weer terug in Nederland accepteerde hij een baan als directeur in de Maatschappelijke Opvang (crisisopvang, vrouwenopvang en begeleid wonen) en ging elke vakantieperiode naar Indonesië om de lopende projecten en netwerkcontacten te bezoeken die naast de fulltime baan werden geïnitieerd

In februari 2004 besloot hij definitief alleen projecten in Indonesië te willen doen en de baan werd weer opgezegd, in augustus 2005 werd Stichting Welzijn Projecten Indonesië notarieel opgericht, een stichting zonder winstoogmerk en zonder religieuze of politieke voorkeur.

Projecten die de afgelopen jaren zijn opgezet vanuit Nederland naast het werk zijn:

* Het organiseren en laten plaatsvinden van deskundigheidsbevordering op het gebied van Logopedie. In samenwerking met Jan Volkers hebben twee Nederlandse logopedisten zes maanden les gegeven bij Bhakti Luhur in Malang aan twintig maatschappelijk werkenden uit heel Indonesië.

* Verkrijgen van medewerking van de Amerikaanse uitgever van het boek Disabled Village Children door David Werner (Berkeley, the Hesperian Foundation, 1987 – 1999) voor publicatie in het Indonesisch. De vertaling is gemaakt bij Bhakti Luhur in Malang ( Anak-anak desa Yang Menyandang Cacat, Yayasan Bhakti Luhur, 2002).

Het boek is gratis voor de professionele hulpverlener en wordt door de gebruikers als ’bijbel’ betiteld. Voor ouders van gehandicapte kinderen worden eveneens voor hen belangrijke hoofdstukken gratis terbeschikking gesteld. Via tekeningen en plaatjes met tekst worden de ouders betrokken bij hun gehandicapte kind.

* Het helpen opzetten van een reparatiewerkplaats voor rolstoelen en een therapieplaats voor meervoudig gehandicapte kinderen. Deze projecten zijn gestart ter nagedachtenis van Jan Volkers die tijdens een uitzending naar Indonesië werd getroffen door een fataal hartinfarct. Omdat de kinderen en de verzorgers in Indonesië Jan Volkers, ´Papa Jan´ noemden dragen de projecten de naam Papayan 1 en Papayan 2. Beide projecten functioneren zeer succesvol.

* Het verzorgen van sportkleding voor onder andere een voetbalteam van gehandicapten.

* veel tijd is gestoken in netwerk contacten op het gebied van zorg, educatie, opvang en begeleiding.